Monoloog zoekt scène

”De Armando” is een improvisatietheatershow, zoals er velen zijn. Als je naar de show gaat zien, vraagt een van de spelers een suggestie aan het publiek. Dat kan een woord zijn bijvoorbeeld. Een van de spelers (of een gast-monologist) doet dan een monoloog vertrekkend vanuit de suggestie en zichzelf. De monoloog kan een echtgebeurd verhaal zijn, een verzameling anecdote’s, een hoop meningen of een andere mengelmoes. Na een korte monoloog (3 minuten) worden er een aantal scènes geïmproviseerd voor een 10-tal minuten. Deze scènes zijn geïnspireerd op de monoloog. Daarna komt de monologist terug met een monoloog die vertrekt vanuit de gespeelde scènes. Waarna weer een aantal scènes gespeeld worden geïnspireerd op de tweede monoloog. Hetzelfde gebeurt nog een derde keer. 

SCHEMA :

Monoloog 1 : beginsuggestie – voort associëren kan.

Scènerun 1 o.b.v. monoloog 1.

Monoloog 2 : element uit scènerun 1 – wat kan het zijn? object, plek, emotie, beweging,…

Scènerun 2 o.b.v. monoloog 2.

Monoloog 3 : element uit scènerun 2 – wat kan het zijn? object (bvb. object uit laatste scène vasthouden), plek, emotie, beweging,…

Scènerun 3 o.b.v. monoloog 3.

Nog wat over die monoloog :

De monoloog wordt niet op voorhand voorbereid, het is dus in principe geen comedybit of theatermonoloog. Wel wordt er geoefend in het vertellen van waarachtige autobiografische verhalen te vertellen uit je hoofd. De bereidheid om eerlijk te zijn, doet ertoe, als je een monoloog doet. Want soms willen mensen die voorbereiden of iets presteren. De idee is dat je in het moment iets ontdekt zelf in de monoloog, waar je zelf ook terug iets ontdekt. (Wees los & blijf in het moment, en geef detail.) Maar laat dit je ook niet tegenhouden om mee te experimenteren. 

Het kan als volgt gaan : “snoep” is de suggestie. 

“Snoep doet me denken aan napoleonnekes, en napoleonnekes doen me denken aan bezoekjes aan oma. Oma had altijd een snoeppot die ze bovenhaalde om vier uur op zondag. M’n zussen en ik keken hier naar uit. Eigenlijk was heel die autorit van 30 km verteerbaar omdat we een napoleonneke zouden krijgen. Het avondmaal vonden we, ik toch, minder lekker. Pistolets met vleessalade. Vleessalade, dat was zo versneden hesp, ajuintjes, augurk, wat peterselie en dan een mayosaus en nog wat verbrokkeld ei. De hesp, peterselie en ei lustte ik. De rest niet. Ge hebt soms van die gerechten waardoor je door ingrediënten die je lust, de rest ook verteerbaar maakt. Bij vleessalade was dat niet het geval. Ik was daar picky over. Ze noemden m’n zussen en mij dan ook de pikkers, omdat we wat kieskeurig waren en niet al dat eten lustten. De andere neven en nichten noemden ze de boefers, die lusten alles…”

Het verband van het eigen verhaal en de suggestie mag dus indirect zijn, want idee is dat je een geïnspireerd verhaal vertelt. 

De monoloog moet geen begin/midden/einde hebben. Kan ook opsomming zijn hoe het is op te groeien als … in … Als je niet exact herinnert wat je zei (foggy), dan zeg je dat ook: ik kan me niet herinneren wat ‘k zei tegen die flik, maar het was iets zoals… Blijf dus echt! Einde van monoloog: sluit af met een opsomming of een les/moraal, of conclusie of iets anders!

OEFENINGEN :

1_vrij associëren in groep met filter autobiografie.

2_verhaal dat je al vaak vertelde, met meer details vertellen, details over plekken, emoties, mensen,… 

3_fictief verhaal – KLEUR-DETAIL-VERHAAL-EMOTIE.

4_de loef afsteken: verhalenaflossing – telkens ingaan als je een eigen verhaal/mening/… herinnert.

5_associeer tot verhaal/anecdote/mening in je hoofd springt, omdat ze inspireert, of omdat je ze al 100 x verteld hebt, of omdat….

6_doe monoloog vanuit personage (met eigen perspectief op de wereld)

HOOFDSUGGESTIE: 

? twitterhashtags van vandaag. – wikipedia –

? welk cadeau gekregen

? laatste reis

? artikel in tijdschrift

? voorwerp in je rugzak

(Versie playback theatre : verhalen halen uit iemand van het publiek.)

Nog wat over scènes

Wordt er gespot/gelachen met het verhaal? Neen, de intentie is niet om de monologist in lastig parket te brengen, of te shamen. Het doel is om de grappige, inspirerende elementen van het verhaal te vieren, plagerig daar mee omgaan. De monologist mee doen lachen. Het zijn ook geen re-enactments of herspelingen, maar men zoekt naar het ongewone, het absurde, of het interessante van het verhaal. Kan zelfs klein detail zijn als basis van alle scènes.

Dus voor de spelers : goed luisteren naar verhaal, maar ook luisteren tussen de lijnen, niet zomaar het verhaal zelf. De scènes gaan over de menselijke aard, maar maak het scenisch, fictionaliseer het. Een soort experimentele ‘wat-als’. Iets van de monoloog nemen, en die scène recreëren in een andere realiteit. Kortom : Kijk naar de waarheid, en doe iets analoogs. Niet naspelen van de monoloog, niet slaafs volgen wat er in de monoloog verteld wordt.

Wat kan inspireren bij het luisteren & kijken (luisteren met je ogen)? van groot tot klein, kleine soorten info, kan locatie zijn, een relatie, een situatie, een emotie, wat heel duidelijk naar voren komt …

Hoe luisteren? alsof je een opinie hebt, in jezelf reagerend op wat gezegd wordt, wat jezelf raakt… dit helpt je te herinneren, en ook in het vinden van personages en hun “deal” of hun ‘game’ of “filosofie”. En personages met een perspectief onttrokken uit de monoloog zijn fijne startpunten.

Een scènerun is gefocust op 1 ding uit de monoloog, niet op een aantal verschillende zaken.

Als monoloog zwaar (meestal) is, kan het net interessant zijn om de scènes licht & speels te houden. Omdat je de zwaarte al had.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.