Categorie: Cursussen & Workshops

Een clown

Een clown speelt zelfloos.

Een clown klampt zich niet vast aan ideeën, concepten of een zelf. 

Een clown danst & speelt door alles wat zich aandient.

Een clown kiest en laat even gemakkelijk die keuze vallen. 

Een clown kan ook vastzitten aan het niet willen vastzitten aan een keuze. 

Een clown hoort erbij en hoort er niet bij.

Een clown is echt, brutaal, kwetsbaar, ongepast, ridicuul, aandachtsslaaf,… van het eigen spel.

Een clown kan niet slecht spelen. 

Een clown laat niets in het spel uit de boot vallen. 

Een clown ziet alles wat ie ziet. 

Een clown leeft van het publiek en van het leven.

Het FUS! Speelcollectief

FUS! is een speelhuis met veel speelplekken in Gent en Antwerpen. We zitten soms in Borgerhout of Berchem, dan weer in Gentbrugge of Sint-Amandsberg. Je kan er terecht voor basisreeksen, cursussen of eenmalige workshops improvisatietheater. Ook om toegankelijk actueel theater te zien, kan je een kijkje nemen naar het show-aanbod. 

Daarnaast is FUS! een plek voor iedereen. Als je reeksen en workshops gevolgd hebt, kan je kiezen om bij het FUS! Speelcollectief te komen. Daar kan je op jaarbasis je verder ontwikkelen en trainingen volgen. Dat wil zeggen, dat je in aanmerking kan komen om gevraagd te worden voor te spelen in een show of shows. In onze shows kunnen een verscheidenheid van mensen meespelen. Als improvisator in shows spelen, is ook een erg vruchtbare bodem voor nieuwere leden om hun skills te ontwikkelen. En daarvoor is er vertrouwen. Mensen leren het meest door te performen. Dit kan lang duren, maar het is het waard om als improvisatietheaterorganisatie vertrouwen te hebben in mensen. Sommigen doen er 6 jaar over om een top-performer te worden. De ene wil groeien en groeit gestaag. De andere wil niet groeien en plafonneert. Maar toch wil het FUS! Speelcollectief een plek zijn gericht op groei voor iedereen. Typische theater-uitsluiting werkt niet goed bij improvisatietheater-companieën. 

Je zal bij FUS! Dus ook shows zien die een hobbelige start hebben, scènes die niet van een leien dakje gaan, spelers die je 2 jaar geleden nog niet bekoorden zoals ze dat nu doen. Dus wees welkom voor wat je zoekt. Een basisreeks of 3, ontwikkeling als improvisator, wens om show-formats te ontwikkelen…

Flitsend materiaal (KISP Fotografie)

Begin september 2022. Te KISP Volwassenenonderwijs in de Holstraat in Gent. Een 20-tal docent-fotografen van KISP staan me op te wachten. De ene geeft verlichtingstechnieken, reportage, of locatieportret/studioportret. De andere architectuur/interieur/landschap, beeldtaal of beeldbewerking. Een groep visuele denkers. Spannend. Ze weten niet wat ze mogen verwachten, omdat ze geen idee hebben dat het een teambuilding met als thema “improvisatietheater” wordt.

Vooraf afgesproken met de opdrachtgever dat de workshop improvisatietheater onder andere de nadruk mag leggen op spelplezier, (non-)verbale communicatie, creatief denken (convergent & divergent), groepsbinding. Maar de deelnemers hebben er dus niet voor gekozen. Dus een zachte opbouw, niets geforceerd, met aangeven dat men opdrachten uiteraard kan skippen. Wat ‘k eerder meedeel als geruststelling.

De meesten hebben dit nog nooit gedaan en de verwachtingen bij het horen van het woord improvisatietheater lopen uiteen. “Elkaar leren kennen” zegt de ene. “Dat ‘k ga lachen”, zegt de andere. En nog : “De comfortzone verlaten.” “In de flow zitten en te veel denken uitschakelen.” “Ad rem kunnen zijn en out of the box denken.” “Inspelen op het moment zonder plan.”

Zelf hoop ‘k dat men ook wat serieuzere zaken meeneemt uit een in opzet “speelse dag”. Namelijk inzicht dat een speelse pedagogie ook kan werken en inzicht in waarom bepaalde oefeningen effect hebben op ons creatief brein. En hoe dat creatief brein geprikkeld kan worden en dat er rek op zit.

In de binnentuin spelen we die dag een hele reeks spel-opzetten, met ruimte voor feedback & reflectie. Er wordt divergent gedacht en 100 manieren bedacht om tegelijk een vierkant & een driehoek te maken. “Appel-appel-appel” roept de ene, waarna de andere “kaki-kaki-kaki” zegt. Er wordt in stijl gefaald onder elkaar, wat het ijs breekt. Lichamen ontspannen zich. “De workshop is nu al geslaagd, ik heb al 5 keer gelachen”, zegt een deelnemer. Er werden woorden gemaakt en verklaard zoals : canvasastronaut, pepermoleninlegkruisje, … Als afsluiter van de voormiddag volgt een beeldenstorm van associaties met de ene inside joke na de andere. Het kan blijkbaar ook een stukje groepstherapeutisch werken…

Na de middagpauze stuurde de groep me aan voor een 5-tal groepsfoto’s te maken. Dit beslisten ze als groep en hadden ze 5 minuten voor : de klassieke klasfoto, de stoere bende, de ‘stilstaande’ springfoto, en de echte springfoto, en tot slot de vleeshoop. Gratis begeleid worden door 20 fotografie-docenten om foto’s te maken. Het was een belevenis. Daarna zongen ze beurtelings meezingers in een kring om hun stemmen op te warmen voor een nummer dat ze zelf aangepast hadden voor een afscheidnemende collega. “De fotografie” van “De Nieuwe Snaar” zit voor eeuwig als oorwurm in m’n hoofd… of toch afgelopen weekend. Daarna was het tijd voor groepschoreografieën alsof ze voorbereid waren. Afsluiten deden we met in groepgemaakte slagzinnen/bumperstickers (je weet wel genre “Ik rem voor dieren.”). Volgende wijze zinnen werden geproduceerd :

“Vooruitgaan, is de inhoud negeren.”
“Intellectueel zijn, doet pijn.”
“Leef beter, sterf rapper.”
“Knipoog naar jezelf in de auto.”
“De fouten zijn geen fouten. Ze zijn een kracht.”

Uiteraard werd er ook weer duchtig gefaald in de vorm van absurde onzin :
“Geef gas door dikke en mooie onvindbare bonen.”
“Joepie, kabouters zijn onvindbaar en dikke prinsessen zijn het plastisch equivalent.”
“Ai, pijn aan niemand zijn been.”

In het evaluatierondje op het einde bekenden enkelen dat ze eerst opzagen tegen de teambuilding in september, maar dat dit een schot in de roos was. Ook bevestigde het velen in hun al bestaande visie dat spelen/experimenteren veel doet leren. En dat er een mooie ruimte voor falen & fouten mag zijn. De opdrachtgever stuurde nadien nog : “Ja, ‘t was een beetje een gok. Dit kiezen als teambuilding,. Je merkte wel de onzekerheid in het begin, maar goed aangepakt met die eenvoudige start en de veiligheid die je hebt uitgezet.”

Daarna fietste ik voldaan weg van het KISP Volwassenonderwijs. Tevreden na een fijne dag. NANANANANANANA… NANANANANANANA… (clickforsound).

Monoloog zoekt scène

”De Armando” is een improvisatietheatershow, zoals er velen zijn. Als je naar de show gaat zien, vraagt een van de spelers een suggestie aan het publiek. Dat kan een woord zijn bijvoorbeeld. Een van de spelers (of een gast-monologist) doet dan een monoloog vertrekkend vanuit de suggestie en zichzelf. De monoloog kan een echtgebeurd verhaal zijn, een verzameling anecdote’s, een hoop meningen of een andere mengelmoes. Na een korte monoloog (3 minuten) worden er een aantal scènes geïmproviseerd voor een 10-tal minuten. Deze scènes zijn geïnspireerd op de monoloog. Daarna komt de monologist terug met een monoloog die vertrekt vanuit de gespeelde scènes. Waarna weer een aantal scènes gespeeld worden geïnspireerd op de tweede monoloog. Hetzelfde gebeurt nog een derde keer. 

SCHEMA :

Monoloog 1 : beginsuggestie – voort associëren kan.

Scènerun 1 o.b.v. monoloog 1.

Monoloog 2 : element uit scènerun 1 – wat kan het zijn? object, plek, emotie, beweging,…

Scènerun 2 o.b.v. monoloog 2.

Monoloog 3 : element uit scènerun 2 – wat kan het zijn? object (bvb. object uit laatste scène vasthouden), plek, emotie, beweging,…

Scènerun 3 o.b.v. monoloog 3.

Nog wat over die monoloog :

De monoloog wordt niet op voorhand voorbereid, het is dus in principe geen comedybit of theatermonoloog. Wel wordt er geoefend in het vertellen van waarachtige autobiografische verhalen te vertellen uit je hoofd. De bereidheid om eerlijk te zijn, doet ertoe, als je een monoloog doet. Want soms willen mensen die voorbereiden of iets presteren. De idee is dat je in het moment iets ontdekt zelf in de monoloog, waar je zelf ook terug iets ontdekt. (Wees los & blijf in het moment, en geef detail.) Maar laat dit je ook niet tegenhouden om mee te experimenteren. 

Het kan als volgt gaan : “snoep” is de suggestie. 

“Snoep doet me denken aan napoleonnekes, en napoleonnekes doen me denken aan bezoekjes aan oma. Oma had altijd een snoeppot die ze bovenhaalde om vier uur op zondag. M’n zussen en ik keken hier naar uit. Eigenlijk was heel die autorit van 30 km verteerbaar omdat we een napoleonneke zouden krijgen. Het avondmaal vonden we, ik toch, minder lekker. Pistolets met vleessalade. Vleessalade, dat was zo versneden hesp, ajuintjes, augurk, wat peterselie en dan een mayosaus en nog wat verbrokkeld ei. De hesp, peterselie en ei lustte ik. De rest niet. Ge hebt soms van die gerechten waardoor je door ingrediënten die je lust, de rest ook verteerbaar maakt. Bij vleessalade was dat niet het geval. Ik was daar picky over. Ze noemden m’n zussen en mij dan ook de pikkers, omdat we wat kieskeurig waren en niet al dat eten lustten. De andere neven en nichten noemden ze de boefers, die lusten alles…”

Het verband van het eigen verhaal en de suggestie mag dus indirect zijn, want idee is dat je een geïnspireerd verhaal vertelt. 

De monoloog moet geen begin/midden/einde hebben. Kan ook opsomming zijn hoe het is op te groeien als … in … Als je niet exact herinnert wat je zei (foggy), dan zeg je dat ook: ik kan me niet herinneren wat ‘k zei tegen die flik, maar het was iets zoals… Blijf dus echt! Einde van monoloog: sluit af met een opsomming of een les/moraal, of conclusie of iets anders!

OEFENINGEN :

1_vrij associëren in groep met filter autobiografie.

2_verhaal dat je al vaak vertelde, met meer details vertellen, details over plekken, emoties, mensen,… 

3_fictief verhaal – KLEUR-DETAIL-VERHAAL-EMOTIE.

4_de loef afsteken: verhalenaflossing – telkens ingaan als je een eigen verhaal/mening/… herinnert.

5_associeer tot verhaal/anecdote/mening in je hoofd springt, omdat ze inspireert, of omdat je ze al 100 x verteld hebt, of omdat….

6_doe monoloog vanuit personage (met eigen perspectief op de wereld)

HOOFDSUGGESTIE: 

? twitterhashtags van vandaag. – wikipedia –

? welk cadeau gekregen

? laatste reis

? artikel in tijdschrift

? voorwerp in je rugzak

(Versie playback theatre : verhalen halen uit iemand van het publiek.)

Nog wat over scènes

Wordt er gespot/gelachen met het verhaal? Neen, de intentie is niet om de monologist in lastig parket te brengen, of te shamen. Het doel is om de grappige, inspirerende elementen van het verhaal te vieren, plagerig daar mee omgaan. De monologist mee doen lachen. Het zijn ook geen re-enactments of herspelingen, maar men zoekt naar het ongewone, het absurde, of het interessante van het verhaal. Kan zelfs klein detail zijn als basis van alle scènes.

Dus voor de spelers : goed luisteren naar verhaal, maar ook luisteren tussen de lijnen, niet zomaar het verhaal zelf. De scènes gaan over de menselijke aard, maar maak het scenisch, fictionaliseer het. Een soort experimentele ‘wat-als’. Iets van de monoloog nemen, en die scène recreëren in een andere realiteit. Kortom : Kijk naar de waarheid, en doe iets analoogs. Niet naspelen van de monoloog, niet slaafs volgen wat er in de monoloog verteld wordt.

Wat kan inspireren bij het luisteren & kijken (luisteren met je ogen)? van groot tot klein, kleine soorten info, kan locatie zijn, een relatie, een situatie, een emotie, wat heel duidelijk naar voren komt …

Hoe luisteren? alsof je een opinie hebt, in jezelf reagerend op wat gezegd wordt, wat jezelf raakt… dit helpt je te herinneren, en ook in het vinden van personages en hun “deal” of hun ‘game’ of “filosofie”. En personages met een perspectief onttrokken uit de monoloog zijn fijne startpunten.

Een scènerun is gefocust op 1 ding uit de monoloog, niet op een aantal verschillende zaken.

Als monoloog zwaar (meestal) is, kan het net interessant zijn om de scènes licht & speels te houden. Omdat je de zwaarte al had.