Auteur: fusimprov

GASTBLOGJE Nikki Deras: Consellations met gebarentaal (maar niet VGT)

Gastblog van acteur Nikki Deras.

Voor de voorstelling Constellations kreeg ik als actrice coaching in gebarentaal van Pieter Beck (ook docent bij FUS!, heeft ook bachelor gehaald aan de KULeuven in Vlaamse Gebarentaal).

In dit stuk volgen we een koppel in allerlei universums. In één van die universums wordt mijn personage Marianne ziek en verliest ze haar spraak door een tumor in het hoofd. De scène is kort, maar ik wilde de gebaren met zoveel mogelijk respect en juistheid brengen.
Pieter heeft met mij de hele scène stap voor stap doorgenomen, op een heel rustige en aangename manier. Hij leerde me niet alleen de gebaren, maar ook de betekenis erachter: in gebarentaal gebruik je je hele lichaam — mimiek, houding en energie zijn minstens even belangrijk als je handen. Dat vond ik heel mooi om te ontdekken.
Ik had best wat stress, maar Pieter stelde me gerust door uit te leggen dat gebarentaal geen universele taal is. Er bestaan verschillende dialecten en varianten: mensen die doof geboren zijn, gebruiken soms andere gebaren. Mensen die later hun gehoor verliezen, gaan soms zelfs niet over tot het leren van gebarentaal. Het hoefde voor dit stuk (ook omdat m’n personage niet doof is, maar spraak verloren heeft) dus niet “perfect” te zijn, zolang de intentie klopt.
Hij maakte video’s zodat ik thuis verder kon oefenen, en stap voor stap groeide mijn vertrouwen. Dankzij die hulp werd het een kwetsbare, maar krachtige scène — eentje die ik nu met volle overtuiging durf te spelen.

Wil je de voorstelling “Constellations” zien? Dat kan nog op : 8, 14, 15, 21, 22, 28, 29 en 30 november
5 en 6 december 2025. Ga voor je reservatie & info naar: BRT Gent

Supersympathiek, laagdrempelig & sexy!

Al 10 jaar geven we de reeks FUNdamenten bij FUS! Improv, een basisreeks improtheater voor starters! Wat zeiden de deelnemers al de afgelopen jaren over de reeks die ze volgden.

Je kan je bijna elk moment van het jaar inschrijven voor een basisreeks die start. Deze gaan door in Gent. Dat is dan bvb. in De Kring in Sint-Amandsberg of Lousbergs in de Machariuswijk. MAAR, dat kan ook in Antwerpen. Daar is het bvb. in c o r s o in Berchem, ’t Werkhuys in Borgerhout of de Peperfabriek in Antwerpen Stad. Zie naar je favoriete improcomedy-site! https://fusimprov.be/improvisatietheater-1

Dus de feedback van deelnemers in quotes en puntjes:

  • Ergens tussen “durven falen” en “kapot gaan van het lachen” gebeurt het meestal.
  • “Ge vergeet ook dat ge op een workshop zijt. Plots zijt ge gewoon… aan het spelen.”
  • “Ik heb ervan genoten om dat terug te ontdekken, de barrière te overwinnen en er dus terug voor te gaan.”
  • De sfeer? “Supersympathiek”, “laagdrempelig”, “toegankelijk”, “iedereen mocht deelnemen
  • En paradoxen zoals “Er is geen juiste manier om te falen.”De reeks was voor mij: “meer durven loslaten, zichzelf durven zijn.”
  • “Als bejaarde, pre-seniele, pre-demente, in botten en beenderen verstijvende witte cisman, die nu en dan moet wegduiken voor ageisme, lukt het me veelal om me enigszins staande te houden tussen (veel) jongere spelers.”
  • “Aanvaarden, toelaten, loslaten. Impro is geen therapie, maar eerlijk… soms voelt het wel zo.”
    “Jullie hebben dit prima ingeleid en aangepakt. Dus het was moeilijk, maar oké voor me.”

GASTBLOG: Gentle Clowns bezoeken Windekind Leuven

De voorbije maanden kwamen in Windekind twee Gentle Clowns van Belevingsgerichte Zorg – Hannes Goffin & Pieter Beck – ook actief als improbeest & docent bij FUS! – drie keer langs in onze klas EL3.
Een klas met zes leerlingen met een ernstig meervoudige beperking — elk met hun eigen ritme, hun eigen manier van reageren en communiceren.
Echt contact ontstaat hier niet vanzelf. Het vraagt traagheid, precisie en een flinke dosis empathisch afstemmen.

De Gentle Clowns slaagden daar opmerkelijk goed in.
Ze namen de tijd om de sfeer te voelen, te vertragen, te kijken.
Hun aanpak was zacht, intuïtief en tegelijk methodisch: via modellering, non-verbale interactie en subtiele prikkelafstemming vonden ze aansluiting bij elk kind.
Met mimiek, lichaamstaal, humor en kleine geluiden bouwden ze herkenning en vertrouwen op.

Wat in onze klas de basis vormt – veiligheid, warmte, empathie en liefde – droegen de clowns zichtbaar uit.
Ze straalden rust uit, observeerden met aandacht en reageerden met finesse op wat ze zagen gebeuren.
De effecten waren duidelijk voelbaar: glimlachjes, oogcontact, ontspanning, kleine bewegingen of geluidjes — elk een mini-teken van verbinding.

Tijdens het derde bezoek merkten we wel een lichte verschuiving: er werd wat meer gesproken, en de focus bleef wat langer hangen bij één leerling die van nature vlot contact maakt.
De uitdaging ligt net bij de leerlingen die meer nabijheid en fijngevoeligheid vragen — waar de respons miniem is, maar des te waardevoller.
Het zou interessant zijn mocht in een volgend traject daar wat meer ruimte voor zijn, zodat wij als team ook verder kunnen leren van hun manier van kijken en reageren.

De foto’s tonen mooi hoe elke leerling op zijn of haar manier genoot van de individuele aandacht.
Voor ons als leerkrachten was het bovendien inspirerend om te observeren — en soms mee te stappen in het spel.
De aanpak van de Gentle Clowns nodigt uit om ook in de klas vaker met dat soort relationeel spel en vertraagde communicatie te experimenteren.

Een warme, leerzame ervaring — met zachte impact, maar grote waarde.

Gastblog van Irati “IMPROTHEATER IN GENT: LACHEN OM JE FOUTEN MET FUS!”

Dit artikel verscheen op Erasmus En Flandes >>IMPROTEATRO EN GANTE: REÍRSE DE LOS ERRORES CON FUS! | Turismo en Flandes – Bélgica | Erasmus en Flandes

Hierzo de vertaling:

Hallo mijn allerliefste lezers/lezeressen!

Vandaag wil ‘k jullie een supertoffe activiteit aanraden. Eentje die je uit je comfortzone haalt. Soms, als we in een nieuwe stad ‘aankomen’, vinden we het moeilijk om ons open te stellen. Dit uit angst voor “wat zullen ze denken”. Alles in de stad lijkt groot, onbekend, en de gedachte om ons belachelijk te maken voor anderen verlamt ons.

Welnu, in Gent heb ik het perfecte excuus gevonden om de schaamte & cringe thuis te laten: improvisatielessen bij FUS!, een heel bijzondere theaterschool.

Spoiler: ik heb me héél hard geamuseerd en ontdekt dat jezelf belachelijk maken de beste therapie kan zijn na een lange dag hahahahaha.

Als je Erasmus doet in Gent en je zoekt eens een andere soort activiteit, dan is improtheater misschien net wat je nodig hebt. Het is een creatieve activiteit waarin je speelt, je schaamte loslaat en ontdekt dat fouten maken mag… en zelfs het leukste deel van de ervaring zijn! In dit artikel vertel ik je wat FUS! is, waar de lessen plaatsvinden en waarom het de moeite waard is om het eens te proberen.

Wat is FUS!?

FUS! staat voor F*ck Up School & F*ck Up Stage, een project dat geboren werd met een frisse insteek: fouten omzetten in kansen, vandaar de naam. In hun improvisatietheater-workshops is regel nummer 1: “Laat je gaan, accepteer de fout en lach ermee.”

Een filosofie die perfect past bij wie in een nieuw land opnieuw begint: fouten maken hoort bij leren, zowel in het leven als in het theater.

In mijn geval volgde ik een gratis proefles die ze organiseerden om mensen kennis te laten maken met impro.

Naast de lessen organiseert FUS! ook shows zoals “Wie wordt het Gentse Improbeest?”. Ook al zijn die in het Vlaams, veel scènes zijn zo visueel en fysiek dat je ze kan meebeleven zonder elk woord te begrijpen. En tussendoor… pik je stiekem ook wat van de taal op!

De locatie

Het eerste wat me verraste bij aankomst was de plek zelf: naast een herbestemde kerk, omgetoverd tot culturele venue… is er een gebouw dat vroeger gebruikt werd door de kerkgemeenschap. De ruimte is groot, gezellig en heeft een theatraal karakter dat het uniek maakt. Daar zijn, helpt meteen om in het spel te stappen en maakt het veel makkelijker om je schaamte los te laten.

Mijn ervaring in de les

Ik kwam aan met behulp van Google Maps en nadat ik mijn fiets had geparkeerd op het terrein, zag ik een enorme kerk met houten tafels buiten. Heel even dacht ik dat ik fout zat, maar toen verscheen Pieter, de organisator van het event (supervriendelijk!), om me welkom te heten en te tonen hoe binnen te gaan.

We waren een kleine groep van zes mensen van verschillende leeftijden, allemaal locals. Toch boden ze aan om de workshop in een mix van Engels en Vlaams te doen zodat ik kon volgen. Op sommige momenten probeerden ze zelfs Spaanse woorden te gebruiken – en zelfs een beetje Baskisch! Dat gebaar zette meteen de toon: warm, inclusief en met veel goesting om plezier te maken. 😀

Na een korte rondleiding begon het echte werk. Eerst deden we eenvoudige oefeningen om de namen te leren en het ijs te breken. Daarna volgden bewegings- en fantasieoefeningen om onze creativiteit wakker te maken. Tot slot deden we samen een groepsimpro-oefening: het “levend schilderij”.

De les duurde twee uur, maar voor mij vloog de tijd voorbij alsof het maar een halfuur was. De mensen waren superlief, de sfeer was heel close en ik voelde me de hele tijd op mijn gemak. Na een lange dag universiteitslessen was het precies wat ik nodig had: een ruimte om te ontspannen, te lachen en alles even los te laten.

Na de les kan je trouwens nog iets blijven drinken, want er is ook een gezellige chill-out zone!

Waarom is dit perfect voor Erasmusstudenten?

Improviseren is niet alleen acteren, het is ook vrienden maken, uit je comfortzone komen en leren lachen om jezelf. Je hebt geen ervaring nodig, alleen zin om te proberen. En wanneer je net in een nieuwe stad bent aangekomen, zijn dit soort activiteiten goud waard: ze verbinden je met mensen, met de taal en met de lokale cultuur op een ontspannen en leuke manier.

Ik ga naar huis met een geweldige ervaring en het gevoel dat ik prachtige mensen heb leren kennen.

Bovendien vertelde Pieter me dat hij eraan dacht om een speciale les te organiseren voor Erasmusstudenten, dus hou zeker hun socials in de gaten ;))))))

Conclusie

Improtheater met FUS! is veel meer dan een workshop: het is een herinnering dat fouten deel uitmaken van de weg en dat juist uit het onverwachte vaak het meest creatieve ontstaat. Als je op zoek bent naar een ander soort cultureel plan in Gent, dan is dit je kans om je angsten los te laten, te lachen en een nieuwe manier van expressie te ontdekken 😀

Hier eindigt mijn blog van vandaag,

Tot snel,
Irati. 🙂

Het ImproBeest! Impressies van een absoluut ondergekwalificeerde toeschouwer

Dus. Ik ging naar impro kijken.

Ik zal jullie eerst even platslaan met al mijn vooroordelen over het genre. Impro, daar heb ik doorgaans een beetje geduld voor nodig. Ik ga ervan uit dat het vast leuker is om te doen dan om naar te kijken. En waarom zou ik gaan kijken als er niemand meedoet die ik ken? Tenzij ze natuurlijk hyperprofessioneel een kostuumdrama brengen, dan ben ik er als de kippen bij. Maar voor de rest denk ik: what’s in it for me, behalve me ergeren aan rafelende randjes en slecht gemikte replieken? Rustig, improfans, ik weet dat dat veel meer zegt over mijn hang naar het perfect afgewerkte brokje content (en mijn verlammende perfectionisme) dan over het genre zelf. Ik ga het goedmaken, beloofd.

Enter ‘Wie wordt het ImproBeest?’. De spelers strijden doorheen verschillende rondes improspelletjes om de titel van ImproBeest, de winnaar van de avond, zeg maar. Een applausmeter legt objectief vast welke scène het hoogst scoort en wie dus de publieksfavorieten zijn.

En dat wedstrijdelement is de sleutel tot succes. Als publiek zit je op die manier in een overkoepelende spanningsboog waarbij je bovendien mag beslissen over het lot van de podium-minnende medemens. En dat heel klein beetje macht stijgt metéén naar je hoofd, waardoor je heel goed oplet zodat je, in deze nieuwbakken expertenrol, rechtvaardig kunt oordelen en wikken en wegen. Nog een troef: er zit vaart in. De regisseur houdt zijn troepen netjes in het gelid. Ook als het publiek iets mag bijdragen, wordt er niet getwijfeld en gezwind beslist. Geen ongemakkelijke stiltes, geen scènes die een gênant stille dood sterven, geen onnodig getreuzel. Top. Ik was helemaal mee. En dàn, vrienden, was het ook nog eens met een dj. En met geïmproviseerd zingen. Kortom, er gebeurde overal vanalles en het ging vooruit.

Maar een goed concept is niks zonder degelijke invulling. Spelers dus. In dit geval geoefende spelers, die vrolijk schakelden van ‘ik ben Jack uit Titanic’ over ‘ik ben een jaloerse duif’ naar ‘ik heb uw kat vermoord’ en dan nog de tegenwoordigheid van geest hadden om daar met een woordmopje een strikje rond te binden (‘kat het moeten weten’, ik gniffel nog een beetje na). Ik was oprecht weggeblazen door zoveel spelplezier en verbale wendbaarheid. Als er al podiumstress geweest zou zijn, heeft deze doorwinterde stresskip dat niet gezien. Kortom, ik bleef met een aan jaloezie grenzende bewondering achter, want het ging hier om een niveau van loslaten dat ik persoonlijk alleen kan bereiken onder volledige narcose. Lang verhaal lang: ik zou iedereen aanraden om eens te gaan kijken, zeker als je wat kneuterige vooroordelen hebt.

Mijn dank gaat uit naar sympathiek rondstuiterend FUS!-opperhoofd Pieter, een soort van wandelende en ook redelijk onaflatende promocampagne voor het genre, die al zo’n twee jaar predikt dat ik met mijn farse bek en controle-issues maar eens moet afkomen. Hij had gelijk.

(Tekst: Charlotte Jonné)

(Fotograaf foto’s: Patrick De Kuyscher)

Tong kwijt! En toch alles gezegd!

BOE MOLIÈRE & BOE LOUIS QUATORZE! 🇫🇷

De Zonnekoning zei ooit (in de 17de eeuw blijkbaar) dat er geen gesproken toneel meer mocht in Parijs. Want hij wou controle. Enkel Molière en zo kregen nog veel steun & sponsoring. Zolang die maar in de pas liepen.

En zo waren er heel wat Fransen die het neen-vingertje van Louis Quatorze maar zever vonden. En uitwegen begonnen te vinden om via woordenloos & fysiek theater goeie dingen te doen.

DANKUWEL ZONNEKONING!

Dat fysiek woordenloos theater was dus de uitweg om toch verhalen te vertellen – ZONDER IN DE PROBLEMEN TE KOMEN. Fysiek theater, pantomime en visuele expressie kregen hierdoor meer ruimte. Dus er kwamen spelers die emoties overdreven met lichaamstaal, personages die fysiek heel herkenbaar gespeeld worden, gebaren die zinnen vervingen en die iedereen herkende.

IK VIND DIE WORKSHOP GEVEN GEWOON ZELF HEEL TOF!

Waarbij er dus via allerlei theaterspellen herkenbare & voelbare scènes gespeeld worden zonder woorden, maar met gebaren, fysiek spel & houdingen, mime, visuele expressie,… Scènes zonder woorden dus!

Info & inschrijven (als die doorgaat) & boeken kan ook: https://fusimprov.be/open-workshops

Zoals Netflix & de Champions League! De seizoensfinale “Wie wordt HET Gentse ImproBeest?”

Erbij zijn? Reserveer hier je plekje!

8 finalisten. 1 regisseur. 1 scorekeeper. 1 podium. 0 voorbereiding. En de winnaar krijgt… een masker?! Dit is geen gewone theatershow, dit is een theatersportwedstrijd. Deze show is gratis binnen. Maar je mag niet gratis buiten.

Competitie in theater. Werkt dat?

Jawel! Zaterdagavond 31 mei gaat in De Kring Heilig-Hart in Gent de finale door van “Wie wordt het Gentse ImproBeest?”. Dat is een improcomedy-show waarbij acht finalisten op het podium een speelse strijd voeren.

In deze theatersport-wedstrijd strijden geen ego’s. Want de scène wordt gescoord, niet de spelers apart. Zo wordt collectieve creativiteit en samenwerking beloond. De acht finalisten – “de improbeesten” – improviseren ter plekke scènes op basis van publieksinput. De regisseur geeft verschillende theateropdrachten, het publiek bepaalt mee de inhoud van de scènes én kent na de scène punten toe via applaus. De twee spelers met de hoogste scores nemen het aan het eind tegen elkaar op in een finale scène. De winnaar wordt bekroond met eer, glorie en een ludieke prijs: een dierenmasker, gekozen door de medefinalist.

De weg naar de finale!

De acht finalisten hebben elk eerder dit jaar een voorronde gewonnen en brachten hun unieke stijl mee. Zoals bijvoorbeeld de freestyle-rap van Jasper De Lange, de krachtige mime van Bram Smans, tot de verfijnde personagewissels Karlien De Vrieze. Sinds begin dit jaar gingen zo’n 70 acteurs hen vooraf in de voorronde-shows. Soms met discussie over wie nu echt had moeten winnen, zoals dat hoort bij elke goede competitie.

Wie zijn die improbeesten?

De cast bestaat uit mensen van allerlei pluimage: van bloemsierkunstenaar Tom De Houwer tot psychotherapeut Caro Moons, en van Lindy Hop-danser Bram Smans tot notenhandelaar Bart Van Honsté. Ook professionals uit de theatersector zijn vertegenwoordigd, zoals Christian Makuta. Die is docent drama bij o.a. Refu Interim/Company Cordial. En ook Pieter Beck, die docent is voor o.a. NTGent en OpenDoek vzw, en ook straattheateracteur.

Publiek! Zit stil & zwijg!

Wat deze show bijzonder maakt? Het publiek zit niet stil en zwijgt niet: het mag input geven, reacties tonen én bepalen wie wint. “Impro kan al eens cringe zijn,” zegt organisator Pieter Beck, “maar het publiek waardeert net de spontaniteit, de sfeer en de verbazingwekkende vondsten op scène.”

Gratis binnen, maar niet gratis buiten!

Je komt gratis binnen bij deze show, maar je gaat niet gratis buiten na deze show. Wie wil, kan na afloop een vrije bijdrage geven, via een QR-code of cash. Je wil zelf eens improvisatietheater proberen. Dat kan je doen via de gratis proefsessies. Of je kan instappen in de beginnersreeks FUNdamenten. En nadien nog verdere improvisatietheater-modules volgen in de F*ck Up School (FUS!). Wie het workshop-traject bij FUS! volgde, krijgt sowieso podiumkansen. Dat is het grote verschil met andere impro-collectieven zoals BIL, waarbij je enkel maar via een auditie & selectie op een podium geraakt.

Alles Kapot op de Gentse Feesten?

Deze zomer kan je ook terecht op het Alles Kapot Theaterfestival in De Kring Heilig-Hart in Sint-Amandsberg tijdens de Gentse Feesten van 24 tot 27 juli. Overdag zijn er workshops van verschillende professionele docenten. Zoals een workshop over meertaligheid in improvisatietheater door Khalid Benaouisse en een workshop over surrealisme in improvisatietheater door Tom Smet.

Locatie: De Kring, Gelagzaal – een bar in het voormalig parochiecentrum Heilig-Hart dat werd ingericht tot een theatercafé, mét podium, gordijnen en spotlights.

Deze seizoensfinale is toevallig ook de 50ste editie van deze show, die werd geadapteerd van Loose Moose & verder ontwikkeld binnen FUS! (F*ck Up Stage!) door Pieter Beck. 

Meer info of interview:
Pieter Beck – 0472 793 951 – [email protected]https://fusimprov.be – FB & Insta: @fusimprov 

Historiek van improv: https://fusimprov.be/van-pantalone-tot-playback-theatre/

Mag iedereen meedoen?

Hoe een Open Improgroep toch werkt

Bij Loose Moose – een legendarisch improvisatiegezelschap uit Canada – is het antwoord op de vraag “mag iedereen meedoen?” verrassend: ja, iedereen is welkom… mits je bijdraagt. Geen audities. Geen elitaire selectie. Wél een duidelijk engagement.

Iedereen die vrijwillig meewerkt aan twee shows per maand en soms een andere show helpt draaien, wordt officieel lid van het gezelschap. En dat lidmaatschap geeft je toegang tot gratis trainingen én de kans om gecast te worden in shows. Want wie geeft, krijgt ook kansen.

Maar let op: niet iedereen staat meteen op het podium. Shows worden gecast op basis van wat ze nodig hebben én waar spelers staan in hun ontwikkeling. De Maestro-voorstelling bijvoorbeeld, is een soort speelvijver waarin beginners en gevorderden samen groeien. Spelers leren door te spelen – soms jaren aan een stuk – en het gezelschap gelooft in die lange adem. Zo is er die ene top-performer van Loose Moose die pas openbloeide na zes jaar on stage. En nu is ie de chouchou waarvoor ze naar de theaterzaal komen.

Maar wat als iemand worstelt op het podium & nog niet presteert? Dan is dat gewoon deel van de show. Keith Johnstone, de grondlegger, vond net dat de worstelingen en groei van spelers boeiend is voor het publiek. Zo wordt een voorstelling een reis, geen reclamefilmpje.

Andere gezelschappen, zoals Chimprov in Edmonton, hanteren een soortgelijke open structuur: iedereen mag creëren, proberen, groeien – maar naarmate je sterker wordt, mag je in meer complexe formats spelen.

En wat met aparte projecten binnen zo’n grote groep? Die ontstaan vaak spontaan. Zolang de artistieke visie duidelijk blijft, en er goed gecommuniceerd wordt, blijft het systeem gezond. Niet iedereen zal het altijd eens zijn, maar als de artistieke koers én de trainingen kloppen, vinden de meeste spelers vanzelf hun plek.

Dus: Open deuren? Ja. Open podium? Ja, maar niet altijd. Speelveiligheid voor alles! En wie zich engageert, kan mee bouwen & showen!

Improv als menstraining!

Ik doe reeds een 7-tal maanden aan improvisatietheater. Ik volg reeksen bij FUS Improv. Improvisatietheater is een kwetsbaar iets. Je geeft jezelf bloot en levert jezelf over aan het moment en de input van de tegenspelers en het publiek.

Bij FUS! Improv ervaar ik een veilige omgeving, waarin ik me bewuster wordt van eigen denkpatronen en me verder kan ontplooien. Het is ook fijn om mensen op die manier te leren kennen, het verbindt. Je hebt sowieso al een gemeenschappelijk iets nl. jezelf geven op een podium.

Ik heb traag opgebouwd met improvisatietheater. Eerst een 5-tal proefsessies gevolgd, om er in te komen. Daarna de basisreeksen. Ik had telkens stress voor die lessen, die stress is gezakt doorheen de tijd.

Ondertussen zit ik in reeks 3 en heb ik ook al aan enkele shows meegedaan. Soms met een 20-tal mensen publiek. Bij de shows heb ik in het begin als scorekeeper opgetreden, daarbij volg je een bepaald stramien om scores toe te kennen aan spelers, op basis van de reactie(s) van het publiek. Voor mij was dat een dankbaar iets, omdat ik een script kon volgen en toch podiumervaring kon opdoen.

Het is fijn om er in te groeien. Het geeft een boost aan het zelfvertrouwen. Het is uit de comfortzone en het went meer en meer. Het maakt me sterker.

Ik neem dit mee als mens buiten de impro. Spontaner m’n mond leren opendoen en zonder stress (voorbereid) praten voor een publiek.  

Impro legt voor mij ook groeipunten bloot. Zoals oogcontact met het publiek. Ook breed durven kijken naar een situatie, en niet alleen gefocust op telkens één ding. Het is fijn om daarin te kunnen groeien. En groeien is wat we nodig hebben als mens. Stagnering is achteruitgang.

Dit artikel verscheen ook op de blog van Jonas zelf.

Van Pantalone tot Playback Theatre!

Langere titel >> Improvisatietheater: een dolle geschiedenis van durven, falen en floreren.

Improvisatie is ouder dan Shakespeare, ouder dan souffleurs en zelfs ouder dan dramaqueens. Het begon allemaal met de Commedia dell’arte in het 16e-eeuwse Italië. Een soort sketchcomedy avant la lettre, waarin gemaskerde spelers op pleinen en podia het publiek veroverden met vaste typetjes, losse verhalen en bakken improvisatie. Het was snel, fysiek, bij de haren getrokken — en vooral: levend.

Eeuwen later in Chicago ging Viola Spolin in de jaren ’40 met kinderen en acteurs aan de slag. Geen script, geen hoofdrol, wél spelregels die vrijheid gaven. Haar doel? Mensen leren spelen zonder zelfcensuur, met de verbeelding als kompas. Niet denken, maar doen. Haar zoon, Paul Sills, zette haar methodes op de planken en richtte mee The Second City op: bakermat van improvcomedy én wiebelige stoelen van het lachen. Daar stapte ook Del Close binnen — half filosoof, half vuurwerkfabriek. Hij vond improvisatie geen oefenvorm, maar een kunst op zich. Samenwerking, associatie en absurditeit kregen vorm in de Harold, een lange vorm waarin scènes, thema’s en personages elkaar beïnvloeden als jazzmuzikanten op een goed humeur. En iedereen kent de acteurs uit deze school: Tina Fey, Bill Murray, John Belushi, Amy Poehler (zette werk van Del Close voort in New York bij UCB), Chris Farley, Jason Sudeikis & Donald Glover.

Aan de overkant van de oceaan stond Keith Johnstone (Londen) met evenveel goesting te schudden aan de muren van het klassieke toneel. Hij vond acteurs veel te braaf, veel te geforceerd. Met formats als Theatresports en technieken als statusspel, wilde hij één ding: mensen hun spontaniteit teruggeven. En lachen mocht, maar moest niet.

In dezelfde adem ontstond in de jaren ’70 ook Playback Theatre. Hier gaat het niet om verzonnen scènes, maar om échte verhalen van het publiek die door spelers live worden vertaald naar beeld, beweging en muziek. Het resultaat is een wonderlijke mix van empathie, herkenning en “zo had ik het zelf nog niet bekeken”.

En dan is er nog de TheaterClown: die komt uit de kermis, de piste én het diepste van jezelf. Geen grapjas met fluitje, maar een hypergevoelige speler die het publiek recht in de ogen kijkt. Zijn drijfveer? Volledig aanwezig zijn in het moment, met een open hart en een open neus. Theaterclownerie is puur spel, zonder filter, en maakt van falen een feest.

Improvisatie is dus geen stijl, maar een levenshouding: nieuwsgierig zijn, vertrouwen op het onbekende, durven struikelen én er iets moois van maken. Van maskers tot microfoons, van clown tot collectieve creatie — improvisatie blijft een ode aan het nu.